OMGEKEERDE WERELD

Ik bevind mij in de omgekeerde wereld. In de verte zag het terras er nog zo aantrekkelijk uit. Eenmaal zittend in het brandende zonnetje vraag ik mij na zo’n tien minuten af waar de bediening blijft. Ik staar naar wat lege vieze tafeltjes waar een aantal duiven driftig de laatste resten van de nog halfgevulde borden afpikken. Ik bestudeer de menukaart en lees dat ze een Home Award gewonnen hebben. Ik wacht en wacht. Zou ik het concept verkeerd begrepen hebben? Ik loop naar binnen waar een paar medewerkers met elkaar staan te kletsen. Iemand kijkt op. ‘Had u iets willen hebben?’. Ik bestel en loop weer naar buiten. Mijn stoel en tafeltje zijn ingenomen. Door duiven. Ik wapper wat en probeer ze weg te jagen.

Geruime tijd later wordt mijn bestelling gebracht. Een van de duiven landt gelijk weer aan tafel. Het beestje is sterk vermagerd en ziet er ziek en zielig uit. ‘U moet ze wegjagen hoor, we hebben hier een plaag, en het is allemaal de schuld van de mensen, die voeren ze’. De medewerkster in kwestie kijkt mij verwijtend aan alsof ik zojuist eigenhandig mijn broodje in de snavel van de duif gestoken heb. Bij een tafel verderop staat een meisje te stuntelen, alles wankelt op het dienblad en minstens de helft dondert met een enorme klap op de grond. Wat is hier aan de hand? Met tegenzin begin ik te eten. De familie of vrienden van de duif zijn inmiddels ook aangeschoven. Ik had best wat aangenaam gezelschap gewild, desnoods onaangekondigd, maar dit groepje mag wat mij betreft vertrekken. Ik zit ongewenst in een enorme duiventil.

Ik ben het zat en wil weg. Er is niemand te bekennen. Ik pak mijn bord, bestek en glas en ga naar binnen. Achter de kassa knikt de man goedkeurend. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat zijn gasten zelf de tafels afruimen. ‘En? Was alles naar wens?’ vraagt hij minzaam. Hij weet natuurlijk al lang het antwoord. Geen medewerker schijnt hier zijn rol te begrijpen. Horecaervaring hebben ze geen van allen en over productkennis nog maar te zwijgen. En niemand die het hen leert.

Ik vertrek en wandel wat door Amsterdam Zuid. Bij vrijwel iedere winkel of horecazaak hangen briefjes met ‘personeel gevraagd’. De AH is zelfs helemaal behangen met posters. Volgeschreven met wervende teksten. Ik besluit wat boodschappen te doen om een Aziatisch troostsoepje te kunnen maken. Domme actie want op zondagmiddag zijn de schappen van deze supermarkgigant structureel leeggeroofd. Tegen beter weten in doe ik nog een poging en vraag een jongen die aan het bijvullen is of hij wellicht ook nog ergens shiitakes en citroengras heeft. ‘Shiwat? Gras?’ roept hij verschrikt. Ik leg het uit maar hij kijkt me stompzinnig aan. Ik durf te wedden dat hij nog geen aubergine van een courgette kan onderscheiden. En niemand die het hem leert.

Klanten die het personeel helpen in plaats van andersom. De oorzaak is zichtbaar. Het tekort aan personeel groeit en groeit. Overal. Bedrijven werven steeds ludieker, beloven gouden bergen of stellen noodgedwongen de functie-eisen bij.  Als de vacatures maar ingevuld worden. En eenmaal ingevuld worden inwerkprogramma’s ingekort of geskipt… wegens tekort aan mensen, gebrek aan tijd.

Ik geef het op en loop naar de bloemenwinkel. Er is een nieuwe medewerkster. Ik kies wat fleurige bloemen uit en betaal met pin. ‘Ik heb een vaste klantenkaart, ik sta in jullie systeem’, zeg ik extra vriendelijk. ‘Nou dat had u dan voordat u ging betalen moeten zeggen, ik weet niet hoe dat werkt, nu is het te laat’. Ze draait zich abrupt om en loopt naar de volgende klant. Ik druip af. Het is genoeg geweest. Het komt niet meer goed vandaag.

Deze column is geschreven voor de online editie van Meeting Magazine.
Volg mij ook op Instagram @marianne.fj.kuiper

Marianne Kuiper

Deel dit bericht:
WIL JE REAGEREN?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *