ORANJEVIRUS

Ik ben weer hevig besmet met het oranjevirus. De symptomen uitten zich in uitzinnig en neurotisch gedrag. Ik herken mezelf nauwelijks terug, ik word een andere versie van mezelf.

Het is ontstaan in de zomer van 1974. Het oranjevirus had me te pakken. Boven mijn bed hing een megaformaat poster van het Nederlands Elftal. De euforie tijdens het toernooi maar nog veel meer de zwaarte, het intense gevoel van teleurstelling na de verloren finale kan ik nog zo oproepen. Mijn vader lag een dag lang depressief op bed. Zijn held Johan Cruijff, zijn oud-collega Wim Suurbier, zij hadden zijn droom ‘winnen van de moffen’ (mijn vader had een oorlogstrauma) geruïneerd. Verloren van de Duitsers, hij kon het nauwelijks verwerken. Vier jaar later in 1978 keken we samen de wedstrijden, nagelbijtend in de hoop op herkansing. En wéér was er dat gevoel van bittere teleurstelling. Mijn vader was ruim een week van de leg.

De winst in 1988 maakte alles goed, maar had een bijzonder aanloopje. Mijn toenmalige vriend had als een van de symptomen van het virus last van extreem bijgeloof: ‘we’ zouden alleen winnen als wij samen thuis keken. Ik vond dat klinkklare onzin en had toch vrienden uitgenodigd. De wedstrijd werd verloren en vanaf dat moment werd ons huis hermetisch afgesloten, zelfs voor mijn vader. De toch onverwachte winst, vooral tegen de Duitsers, maakte 21 juni tot een van de meest memorabele dagen in mijn leven. We dansten van voor naar achter in de Leidsestraat en hingen tot diep in de nacht in de lampen in De Bastille. De vreugde was ongekend. De wraak was zoet. Mijn vader was buiten zinnen. Mijn moeder sprak nog lang schande van zijn gedrag (zijn gebit vloog door de kamer bij de winnende goal).

Die winst in ’88 smaakte naar meer en al die toernooien daarna heb ik nooit meer relaxed een wedstrijd kunnen bekijken, iedere keer stak het virus hevig de kop op. In 2010 had ik de heftigste variant. Na de winst in de halve finale tegen Uruguay sprongen we spontaan van onze steiger in de Amstel. Ik was ervan overtuigd dat we de finale zouden winnen. Onze boot lag al klaar voor de euforietocht door Amsterdam. Na het verlies heb ik gehuild van frustratie. Gelukkig heeft mijn vader deze nederlaag niet hoeven meemaken.

Daarna raakte het virus in de sluimerstand, het was er wel maar niet zo heftig. Tot nu toe. Tijdens de 8e finales sloeg het opeens in alle hevigheid weer toe. Mijn dochter vroeg of ik mij alsjeblieft kon beheersen en zette mij, toen dat niet lukte, op de gang om te kalmeren. De kwartfinale bekeek ik daarom met een vriend (hij kent me al langer) die begrip toont voor mijn gedrag. Hij ging doof naar huis.

Voor vanavond kan ik gelukkig terugvallen op vrienden, die net zo erg zijn als ik. Lekker onbeheerst trillen, gillen en hopelijk keihard juichen. Mijn vader is er al lang niet meer, ik heb hem een schietgebedje gestuurd. Wie weet, wie weet wordt het prachtig, net zoals in 88!

Marianne Kuiper
Eigenaar Efficient Hotel Partner & Music Meeting Lounge
Intermediair op het gebied van het zoeken en boeken van de perfecte locatie Meer blogs lezen? www.efficienthotelpartner.nl